Onderzoekslocaties 2024

01

Kasteel van Aremberg

Nabij de kerk van Striep heeft ooit een kasteel gestaan, het zogeheten kasteel van Aremberg. Over de bouw van deze stins oftewel stenen huis is niet veel bekend. Vermoedelijk laat ene Cornelis II van Bergen het kasteel bouwen tussen 1529-1533. Op historisch kaart materiaal is te zien dat de stins wordt uitgebreid met nieuwe torens en een ommuring. In hoeverre de kaarten de werkelijkheid tonen, is onduidelijk. Wel is bekend dat het kasteel in 1569 door de Watergeuzen is verwoest. De exacte locatie van het kasteel blijft tot op de dag van vandaag een mysterie.

In 2023 zijn geen aanwijzingen gevonden op een aantal terreinen die zijn onderzocht in de Stryperpolder door middel van LIDAR en EMI-metingen. Een derde potentiële kasteellocatie kon door stormachtig weer niet worden onderzocht. Deze locatie wordt zeker niet vergeten en wordt door eilanders zelfs als meest kansrijk gezien.

Om deze reden wordt deze locatie in de tweede week van de veldwerkcampagne 2024 onderzocht met door middel van grondradaronderzoek in samenwerking met de AWN (Nederlandse Archeologievereniging).

02

Pastorie van Striep

Op basis van de historische bronnen zou naast de kerk van Striep en het bekende Stryper kerkhof ook een pastorie hebben gestaan. Waar deze precies ten opzichte van de kerk stond, is niet bekend. Wel weten we dat op 12 september 1569 om drie uur in de ochtend een groep geuzen onder leiding van de voortvluchtige Jan Jarichsz. via het Koggediep op het eiland landde. Bekend is dat Jarichsz. direct de pastoor en de drost van het eiland opzocht om zijn persoonlijke wraak te nemen. Hij ging beiden mannen te lijf, maar nam ze uiteindelijk niet gevangen. Wel werden bij deze aanval de Sint Maartenskerk en pastorie van Striep en het kasteel van Karel van Aremberg, heer van Terschelling, vernietigd.

In 2023 is geprobeerd de pastorie van Striep te lokaliseren door het terrein ten zuiden van het Stryper kerkhof te onderzoeken door middel van grondradar. Helaas zijn op de beelden van de grondradar geen duidelijke structuren te herkennen.

In 2024 zullen we opnieuw naar de locatie zoeken van de verdwenen pastorie van Striep. Dit keer wordt gezocht op het terrein ten oosten van het Stryper kerkhof door middel van grondradaronderzoek in samenwerking met de AWN.

03

Horp

Ter hoogte van het huidige Horp en ten noordwesten van het huidige gehucht Kaard ligt een terp genaamd Horp. Dit terrein betreft een beschermd terrein met een zeer hoge archeologische verwachting, want het betreft één van de vijf archeologische rijksmonumenten op het eiland Terschelling. In het landschap is deze terp gemakkelijk te herkennen, omdat momenteel een boerderij op een verhoging in het landschap duidelijk zichtbaar is. Langs de noordzijde van de locatie loopt een oude verbindingsweg die de hoger gelegen delen in het gebied met elkaar verbond. Rond 2010 is de locatie onderzocht door het zetten van boringen. Op basis van dit onderzoek is de vindplaats nauwkeurig begrensd. Tijdens dit onderzoek is ook kogelpotaardewerk aangetroffen daterende uit de 11de – 13de eeuw. Vermoedelijk is deze terp al sinds de Volle Middeleeuwen bewoond geweest. Bijzonder is dat deze vindplaats waarschijnlijk geheel intact is. In 2024 zal een deel van de terp van Horp worden onderzocht door een grondradar in samenwerking met de AWN.

04

Grote terp van Striep

Ongeveer 250 m ten noordoosten van Striep zijn aanwijzingen voor een terp aangetroffen door RAAP. Ten zuidwesten van de mogelijke vindplaats ligt een verlande geul. De terp dateert vermoedelijk uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. In de door RAAP gezette boringen zijn aanwijzingen gevonden voor een mogelijke archeologische vindplaats. Opvallend is dat in de natuurlijke zandafzetting archeologische indicatoren zijn gevonden. Het is onduidelijk hoe deze indicatoren in de ‘schone’ zandlaag terecht zijn gekomen. Vooralsnog wordt deze locatie door RAAP niet beschouwd als archeologische vindplaats. Indien dit toch het geval blijkt, kan deze locatie een westelijke, opgehoogde uitbreiding van een nederzetting zijn geweest. Archeologisch vervolgonderzoek moet uitwijzen hoe deze vondsten hier terecht zijn gekomen, of er archeologische lagen en/ of grondsporen voorkomen. In 2024 willen we de terp onderzoeken door middel van het zetten van boringen, het graven van proefputjes en door grondradar.

04

Late-IJzertijd van Terschelling?

Wanneer de eerste bewoning op Terschelling plaatsvond is niet bekend. De oudste archeologische resten dateren uit de 9de eeuw. Er is gesteld dat bewoningsconcentraties aan weerszijden van de Boorne konden ontwikkelen tussen 400 voor Chr. en 300 na Chr. Zo wordt betoogt dat dit de nederzettingen Lies, Hoorn en Oosterend zouden zijn. Echter is niet duidelijk waarop deze beweringen zijn gebaseerd.  Deze bewoning werd mogelijk bemoeilijkt vanaf ca. de 3de eeuw na Chr. door toenemende getij-in-vloed, waardoor het Boornegebied onder mariene invloed kwam. Dit zou hebben geleid tot discontinuïteit in bewoning. Vervolgens zouden nieuwe vestigingen zijn ontstaan op de Friese kleigebieden in de 8ste eeuw, zo ook op Terschelling. Historisch gezien dateert bewoning op Terschelling uit de Karolingische tijd gezien de vele nederzettingsnamen die eindigen op -um, wat heem betekent. Gezien deze namen is het goed mogelijk dat deze bewoning terug gaat op vestiging van koninklijk domeingoed.  Desalniettemin dateert de vroegste archeologie (vooralsnog) uit de 9de eeuw. 

Bij een onderzoek van RAAP zijn in 2021 drie IJzertijdscherven aangetroffen in een verstoorde context aan de Tijs Smitweg nabij Midsland. Waar komen deze scherven vandaan? Mogelijk van een vindplaats dicht in de buurt van de onderzochte locatie. Tijdens de campagne van 2024 willen we de zuidkant van de duinenrij ter hoogte van de locatie waar de scherven zijn aangetroffen onderzoeken om inzichten te krijgen in de eerste bewoning op Terschelling.

05

Stortum

Het dorp Stortum is een terp die ten noorden van het Zomerpad ligt. Het lijkt erop dat het oorspronkelijke dorp Stortum eerst in het zuidelijk deel lag. De dijk werd mogelijk om dit dorp heen gelegd. Door aanhoudend wateroverlast, of door angst voor verdere afkalving, is het dorp waarschijnlijk vervolgens verder naar het noorden doorgeschoven. Het zou dus goed kunnen dat Stortum Zuid eerder al verdronken was en dat men zich meer landinwaarts ging vestigen op de plek van Stortum Noord. De naam geeft ook weer een vroegmiddeleeuwse oorsprong aan.

Stortum kent in 1567 vier huizen, in 1605 drie huizen en in het jaar 1680 staan er geen huizen meer. Stortum wordt in 1825 toch weer genoemd. Dit wijst erop dat Stortum opnieuw bewoond is geraakt. Tijdens de stormvloed van dat jaar konden de bewoners van het gehucht ternauwernood worden gered door te hulp geschoten West-Terschellingers. In 1847 kende het gehucht nog twee huizen met in totaal tien inwoners. In 1908 is nog één gebouw zichtbaar op de kaart; kort daarna moet het gehucht helemaal zijn verlaten aangezien in 1935 geen bebouwing meer zichtbaar is.

In 2024 zal Stortum worden onderzocht door middel van veldverkenningen, het zetten van boringen, metaaldetectie en het graven van proefputjes onder voorbehoud van de weersomstandigheden, want het gras moet eerst gemaaid worden.