Onderzoekslocaties 2023

Samen onderzoeken

In 2023 zijn verschillende locaties onderzoek in West-Terschelling. Zo is gezocht naar de locatie van de eerste Brandaris (vuurtoren) van Terschelling. Daarnaast is gezocht naar de brandlaag in de bodem van West-Terschelling van de brand van 1666. Ook is geprobeerd de locaties van het kasteel van Aremberg en de pastorie van Striep in de Stryperpolder te achterhalen. Tot slot hebben we het deels verdronken dorp Wolmerum bestudeerd. 

01

West-Terschelling: eerste brandaris & De Brandlaag van 1666

De eerste Brandaris

Uit de historische bronnen is bekend dat de stad Kampen de bouw van de eerste vuurtoren van Terschelling heeft bekostigd, vermoedelijk al in 1323. Voor Kampen was een duidelijk herkenningspunt op Terschelling van groot belang voor de Hanzevaart. Kaartmateriaal bewijst dat er in de vroege 16de eeuw een toren aanwezig was. Het is echter niet duidelijk of de toren aan de bestaande Sint Nicolaaskerk in West-Terschelling werd gebouwd. Op de oudste kaarten is wel telkens een toren met schip zichtbaar.

In de tweede helft van de 16de eeuw verkeerde de Brandaris in een hachelijke staat door het oprukkende zeewater. Aan het einde van de 16de eeuw is de situatie onhoudbaar: de toren werd opgegeven en slechts één dag na dit besluit bezwijkt de oude Brandaristoren op 22 januari 1593. Men begon aan de bouw van een nieuwe toren, meer landinwaarts, op de locatie waar deze nog altijd staat. De precieze locatie van de eerste Brandaris is tot op heden niet bekend.

In de jaren 80 is door inwoners van Terschelling echter tijdens werkzaamheden in de havenkom een reeks zware bakstenen (zogenaamde kloostermoppen) aangetroffen. Hiervan is slechts één kloostermop geborgen, die zich nu in Museum ’t Behouden Huys bevindt. Het kan zijn dat deze middeleeuwse steen tot de eerste vuurtoren van Terschelling behoorde.

 

Resultaten

In 2023 is een deel van het haventerrein in West-Terschelling onderzocht door middel van een grondradar. De locatie van dit onderzoek is gekozen door eilanders die aan het einde van de vorige eeuw grote bakstenen in een verband hebben zien liggen op deze plek. Dit onderzoek heeft verschillende beelden opgeleverd die tot een diepte van 4 m (en mogelijk dieper) grote clusters materiaal of puin laten zien. Of dit materiaal toebehoort aan een structuur, zoals de eerste Brandaris, is lastig te zeggen. Vermoedelijk is door de afkalving van de kust bij West-Terschelling veel puin gestort om dit proces tegen te gaan. Of de beelden inderdaad een fundering laten zien of clusters puin is alleen te achterhalen door de locatie verder archeologisch te onderzoeken.

 

De brandlaag van 1666

West-Terschelling heeft een tragische rol gespeeld in de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667). Op 19 augustus 1666 richtte de Engelse marine onder leiding van admiraal Robert Holmes grote schade aan op en rond het Vlie. Op de Rede van Vlieland werd een handelsvloot van 130 tot 140 schepen verbrand. Op 20 augustus 1666, de dag erna, landden circa 1500 Engelsen op West-Terschelling. De bewoners, die de dag ervoor de ravage op het Vlie hadden kunnen aanschouwen, waren op dat moment allang gevlucht. De Engelsen plunderden het dorp en staken dit vervolgens in brand. Volgens de overlevering brandden zij vrijwel het gehele dorp, ongeveer 240 van de 270 huizen, af.

 

Resultaten

Gezien de historische verhalen over de grote verwoesting van West-Terschelling lag het in de lijn van verwachting dat de brandsporen van deze ramp goed zichtbaar zouden moeten zijn in West-Terschelling. Bij eerder archeologisch onderzoek in de Torenstraat zijn deze brandsporen ook waargenomen. Door te inventariseren waar deze brandresten aanwezig zijn en waar niet, is het mogelijk om uitspraken te doen over de indeling en grootte van West-Terschelling van vóór de brand. Om dit te achterhalen zijn verspreid door West-Terschelling in zeven achtertuinen proefputjes van 1 bij 1 bij 1 m gegraven. Opvallend genoeg is in geen van de werkputten sprake van een duidelijke brandlaag. Alleen in de werkput bij Torenstraat 40 is op ca. 70 cm onder maaiveld een laag met veel houtskool aangetroffen. De laag bevatte echter geen vondstmateriaal, dus een datering is niet preciezer dan vóór de 19de eeuw. Ook lijkt de laag qua samenstelling niet op de brandlaag die tijdens de archeologische begeleiding in de Torenstraat is waargenomen, op ca. 20 m afstand van deze locatie. Die brandlaag bevatte veel puin en vormde echt een compacte band. De brandsporen in deze put zijn wat rommeliger en kunnen dus ook een meer onschuldige oorsprong hebben: zoals het legen van de aspot.

02

Kasteel van Aremberg

Nabij de kerk van Striep heeft ooit een stins (oftewel stenen huis) gestaan, het zogeheten kasteel van Aremberg. Over de bouw van deze stins is niet veel bekend. Vermoedelijk laat Cornelis II van Bergen het kasteel bouwen tussen 1529-1533. Op historisch kaartmateriaal is te zien dat de stins wordt uitgebreid met nieuwe torens en een ommuring. In hoeverre de kaarten de werkelijkheid tonen, is onduidelijk. Wel is bekend dat het kasteel in 1569 door de Watergeuzen is verwoest. De exacte locatie van het kasteel blijft tot op de dag van vandaag een mysterie.

 

 

 

Resultaten

In 2023 zijn enkele locaties waarvan gedacht werd dat daar mogelijk het kasteel van Aremberg zou kunnen hebben gestaan, onderzocht door middel van LIDAR. Deze techniek wordt gebruikt in de archeologie om de precieze hoogtes van het maaiveld te meten. Na het LIDAR-onderzoek zijn twee potentiële kasteellocaties ook onderzocht door het uitvoeren van EMI-metingen. Tijdens dit laatste onderzoek werd door middel van een elektropoel een elektromagnetisch veld opgewerkt, waarop de bodem reageert. Aan de hand van de opgewekte stroom wordt de weerstand van de bodem gemeten. Helaas hebben al deze relatief nieuwe methoden weinig opgeleverd. Door stormachtig weer kon een derde potentiële kasteellocatie helaas niet worden onderzocht.

03

Wolmerum

Het verdwenen dorp Wolmerum lag vermoedelijk bij het buurschap Dellewal. Vroeger lag Wolmerum op de plek waar het Hanskes Duijn de Wierdijk aan de zeekant ontmoette, waardoor het gehucht op de scheiding van West- en Oost-Terschelling lag. In het midden van de 16de eeuw kende Wolmerum elf huizen. Het dorpje werd steeds kleiner, omdat het meer en meer ten offer viel aan de zee. In de 17de eeuw stelde het nauwelijks nog iets voor, hoewel er in de 18de eeuw toch nog één hoeve zou hebben gestaan met de naam “Wolmerum”.

In de 16de eeuw wordt Wolmerum in verband gebracht met een verhaal over de Watergeuzen en een aantal Waalse soldaten die dienstdeden in het Spaanse leger. Nadat zij een schip van de Watergeuzen hadden veroverd op het Vlie in 1572, zouden deze soldaten hebben overnacht op een terrein naast het gehucht dat nu nog steeds “het Spaanse Leger” wordt genoemd.

 

Resultaten

In 2023 is de mogelijke locatie van het deels verdronken dorp Wolmerum onderzocht door middel van het zetten van boringen, het graven van proefputjes en metaaldetectie.  Uit acht putjes van 1 m2 komt een gevarieerd beeld tevoorschijn. Duidelijk is wel dat het gebied in de 20ste eeuw sterk verstoord is geraakt, waarschijnlijk vooral tijdens de bouw van de huidige flat. Toch is er geen sprake van één dikke verstoorde laag: in iedere werkput varieerde de mate en het type verstoring. Ook was in verschillende putten een duidelijke gelaagdheid zichtbaar in de eerste meter, die voornamelijk vondstmateriaal uit de latere Nieuwe Tijd opleverde (na 1750). Desalniettemin kwamen uit deze recentere context ook enkele middeleeuwse aardewerkfragmenten, waardoor het vermoeden bestaat dat in deze directe omgeving ook in de Middeleeuwen al bewoning moet worden verwacht.

 

04

Pastorie van Striep

Op basis van de historische bronnen is bekend dat naast de kerk van Striep en het bekende Stryper kerkhof ook een pastorie hebben gestaan in de 16de eeuw. Waar deze precies ten opzichte van de kerk stond, is niet bekend. Op 12 september 1569 om drie uur in de ochtend landde een groep geuzen onder leiding van de voortvluchtige Terschellinger Jan Jarichsz. via het Koggediep op het eiland. Bekend is dat Jarichsz. direct de pastoor en de drost van het eiland opzocht om zijn persoonlijke wraak te nemen. Hij ging beiden mannen te lijf, maar nam ze uiteindelijk niet gevangen. Wel werden bij deze aanval de Sint Maartenskerk en pastorie van Striep en het kasteel van Aremberg in brand gestoken en vernietigd.

Op enkele recente luchtfoto’s zijn verkleuringen in de begroeiing zichtbaar, die mogelijk het resultaat zijn van onderliggende archeologische sporen.

 

Resultaten

In 2023 is geprobeerd de pastorie van Striep te lokaliseren door het terrein ten zuiden van het Stryper kerkhof te onderzoeken door middel van grondradar. Hierbij is het gebied met de verkleuringen onderzocht met een ruim gebied eromheen. Helaas zijn op de beelden van de grondradar geen duidelijke structuren te herkennen. Alhoewel teleurstellend is dit niet direct het bewijs dat hier helemaal geen archeologie te verwachten valt: de archeologische sporen kunnen van een aard zijn die niet goed te detecteren zijn met een grondradar, zoals een zandige ondergrond, waarin archeologische sporen aanwezig zijn die ook weer gevuld zijn met zand. De grondradar, die enkel duidelijke verschillen in grondsamenstelling kan detecteren, zal dit type sporen niet kunnen zien.