Onderzoekslocaties

01

Eerste Brandaris

Uit de historische bronnen is bekend dat de stad Kampen de bouw van de eerste vuurtoren van Terschelling heeft bekostigd, vermoedelijk al in 1323. Voor Kampen was een duidelijk herkenningspunt op Terschelling van groot belang voor de Hanzevaart. Kaartmateriaal bewijst dat er in de vroege 16de eeuw een toren aanwezig was. Het is echter niet duidelijk of de toren aan de bestaande Sint Nicolaaskerk in West-Terschelling werd gebouwd. Op de oudste kaarten is wel telkens een toren met gebouw zichtbaar.

In de tweede helft van de 16de eeuw verkeerde de Brandaris in een slechte staat door het oprukkende zeewater. Aan het einde van de 16de eeuw is de situatie onhoudbaar: de toren werd opgegeven en men begon aan de bouw van een nieuwe toren, meer landinwaarts. Slechts één dag na dit besluit bezwijkt de oude Brandaristoren op 22 januari 1593. In de 16de is de Brandaris dus al in zee verdwenen. De precieze locatie van de eerste Brandaris is tot op heden niet bekend.

Door inwoners van Terschelling is echter in het verleden tijdens werkzaamheden in een sleuf in de havenkom een “reeks zware stenen” aangetroffen. Hiervan is slechts één kloostermop geborgen, die zich nu in Museum ’t Behouden Huys bevindt. Het kan zijn dat deze middeleeuwse steen tot de eerste vuurtoren van Terschelling behoorde. Laten we het uitzoeken!

02

Het kasteel van Aremberg

Nabij de kerk van Striep heeft ooit een kasteel gestaan, het zogeheten kasteel van Aremberg. Over de bouw van deze stins oftewel stenen huis is niet veel bekend. Vermoedelijk laat ene Cornelis II van Bergen het kasteel bouwen tussen 1529-1533. Op historisch kaart materiaal is te zien dat de stins wordt uitgebreid met nieuwe torens en een ommuring. In hoeverre de kaarten de werkelijkheid tonen, is onduidelijk. Wel is bekend dat het kasteel in 1569 door de Watergeuzen is verwoest. De exacte locatie van het kasteel blijft tot op de dag van vandaag een mysterie.

03

Wolmerum

Het verdwenen dorp Wolmerum lag vermoedelijk ten zuiden van Stattum bij het buurschap Dellewal. Vroeger lag Wolmerum op de plek waar het Hanskens Duijn de Wierdijk aan de zeekant ontmoette, waardoor het gehucht op de scheiding van West- en Oost-Terschelling lag. In het midden van de 16de eeuw kende Wolmerum elf huizen. Het dorpje werd steeds kleiner, omdat het meer en meer ten offer viel aan de zee. In de 17e eeuw stelde het nauwelijks nog iets voor, hoewel er in de 18e eeuw toch nog één hoeve zou hebben gestaan met de naam “Wolmerum”.

In de 16de eeuw wordt Wolmerum in verband gebracht met een verhaal over de Watergeuzen en een aantal Waalse soldaten die dienst deden in het Spaanse leger. Nadat zij een schip van de Watergeuzen hadden veroverd op het Vlie in 1572, zouden deze soldaten hebben overnacht op een terrein naast het gehucht dat nu nog steeds “het Spaanse Leger” wordt genoemd.

04

Hierum

Het gehucht Hierum is vermoedelijk ontstaan op de verzandde oever van de getijdengeul ‘Schylge’. Momenteel wordt vermoed dat dit dorpje ten zuiden van Halfweg lag. De -um uitgang van de naam doet vermoeden dat het moet ontstaan zijn in de Karolingische tijd. Omstreeks het jaar 1500 moet Hierum al door zee verzwolgen zijn.

05

Allum

Net als Hierum zou Allum op de verzandde oever van de Schylge zijn ontstaan. Ook het gehucht Allum is inmiddels verdronken. Het ligt mogelijk ten zuiden van het huidige Hee. In deze omgeving verwijzen veldnamen nog steeds naar het gehucht, bijvoorbeeld de “Alummer finne”. De naam “Allum” komt in enkele middeleeuwse geschriften voor en moet eveneens vroegmiddeleeuws van oorsprong zijn. Allum moet ook al omstreeks 1500 verloren zijn gegaan.

06

Stortum

Het dorp Stortum is een terp die ten noorden van het Zomerpad ligt. Het lijkt erop dat het oorspronkelijke dorp Stortum eerst in het zuidelijk deel lag. De dijk werd mogelijk om dit dorp heen gelegd. Door aanhoudend wateroverlast, of door angst voor verdere afkalving, is het dorp waarschijnlijk vervolgens verder naar het noorden doorgeschoven. Het zou dus goed kunnen dat Stortum Zuid eerder al verdronken was en dat men zich meer landinwaarts ging vestigen op de plek van Stortum Noord. De naam geeft ook weer een vroegmiddeleeuwse oorsprong aan.

Stortum kent in 1567 vier huizen, in 1605 drie huizen en in het jaar 1680 staan er geen huizen meer. Stortum wordt in 1825 toch weer genoemd. Dit wijst erop dat Stortum opnieuw bewoond is geraakt. Tijdens de stormvloed van dat jaar konden de bewoners van het gehucht ternauwernood worden gered door te hulp geschoten West-Terschellingers. In 1847 kende het gehucht nog twee huizen met in totaal tien inwoners. In 1908 is nog één gebouw zichtbaar op de kaart; kort daarna moet het gehucht helemaal zijn verlaten aangezien in 1935 geen bebouwing meer zichtbaar is.