Veelgestelde vragen

Gemeenschapsarcheologie is een betrekkelijk nieuw concept in Nederland. Daar krijgen we veel vragen over. De meestvoorkomende hebben we voor je op een rijtje gezet.

Nee, het doen van opgravingen, dat wil zeggen het gericht opsporen van archeologische resten, is bij wet verboden. Ook al is het in je eigen tuin. Dit mag alleen gedaan worden door gecertificeerde instellingen zoals archeologische onderzoeksbedrijven en universiteiten. Het CARE-project staat onder leiding van de Universiteit van Amsterdam en biedt daarom een unieke gelegenheid zelf deel te nemen aan een opgraving.

Jazeker, je verzamelt echte informatie die gebruikt zal worden in het onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van Terschelling. Het zorgvuldig vastleggen van je waarnemingen (wat heb je waar precies gezien en gevonden) is daarom erg belangrijk. Vandaar dat we een instructie geven, werken met documentatiemappen en de deelnemers begeleiden om het allemaal goed te laten verlopen. Jouw informatie vormt een bouwsteen in het onderzoek naar Schylge en het eiland op haar beurt weer voor de waddenregio. De bevindingen voor de regio worden, ten slotte, weer vergeleken met de resultaten uit de partner-regio’s.

De voorwerpen die gevonden worden bij het archeologisch onderzoek zijn eigendom van de provincie en zullen na analyse bewaard worden in het provinciaal depot voor bodemvondsten in Nuis.

Voor voorwerpen die buiten een archeologisch onderzoek gevonden zijn, zogenaamde ’toevalsvondsten’, geldt een andere regeling. Als de eigenaar ervan niet meer kan worden achterhaald, is de vondst het gedeelde eigendom van de vinder en de grondeigenaar van de plaats waar het object is gevonden. Wel is het verplicht de vondst te melden bij de gemeente en deze zes maanden beschikbaar te houden voor onderzoek.

Nee. Het huidige CARE-onderzoek blijft beperkt tot inventariseren. Ongeacht de uitkomst worden deze niet verder uitgebreid en sowieso niet zonder de instemming van de grondeigenaar. Wanneer behalve ‘losse vondsten’ andere archeologische resten (muurwerk, een waterput, een begraving, etc.) worden aangetroffen, dan tekenen we deze op en wordt de informatie opgenomen in de database. Of er ooit verder onderzoek naar gedaan wordt is afhankelijk van uw plannen voor bodemingrepen en het gemeentelijke voorschriften hiervoor. Deze kunt u vinden in het bestemmingsplan.

Bij grondboringen, of zoeken met een metaaldetector, maken we kleine gaatjes die daarna weer zorgvuldig worden dichtgemaakt. Proefputten zijn slechts 1 x 1 m groot. Bij aanvang wordt de grasmat voorzichtig verwijderd en opzij gelegd. De grond die vrijkomt bij het opgraven verzamelen we naast de put op een zeil. Op die manier kan deze na afloop weer in zijn geheel worden teruggeworpen. De zoden worden daarna teruggelegd op dezelfde wijze als tevoren. Omdat de grond los is geweest kan een bolling ontstaan na demping. Deze klinkt binnen enkele weken weer in, waarna er in principe niets mee van te zien zal zijn.

Gemeenschapsarcheologie is een nog vrij nieuw concept in Nederland. Op dit moment beperken we ons daarom tot kleinschalige onderzoek op Terschelling en in Het Groene Woud in Brabant. Wanneer het initiatief gaandeweg net zo aanslaat als in Engeland kunnen we bekijken of er mogelijkheden zijn uit te breiden naar andere locaties.

Archeologisch onderzoek is licht inspannend werk en vergt een redelijk conditie. Het is vergelijkbaar met werken in de tuin. Niettemin is onderzoek meer dan graven alleen. Het omvat ook het wassen en sorteren van archeologische vondsten, het invoeren hiervan in een database en het tekenen en fotograferen van de meest informatieve stukken. Ook hierin kun je meedoen. Maar ook in de ondersteunende activiteiten zoals het werven van deelnemers, het rondleiden van bezoekers of met het vastleggen van de ontdekkingsreis kunnen we altijd hulp gebruiken. Mogelijkheden te over! Laat ons weten wat je kunt en wilt, dan zoeken we samen naar een geschikte activiteit.

Als het je leuk lijkt om met ons mee te doen, klik dan op de volgende link: ik doe mee.